Cherchi & De Vos

Legal News and Blog

Blog

Vennootschapsbelasting
1 oktober 2026
Laattijdige belastingaangifte: uw overgedragen verliezen zijn niet noodzakelijk verloren!

Een laattijdige aangifte kan leiden tot een belastingverhoging van 10% en het verlies van de aftrek van overgedragen verliezen. Goede trouw kan doorslaggevend zijn.

Tax Law & Protection
September 8, 2026
Whistleblower status in tax law

Circular 2026/C/39 defines the framework for handling tax reports and protecting whistleblowers.

Fundamental Rights
September 1, 2026
When tax authorities go too far: ECtHR condemns lack of safeguards

Access to bank data without independent review: violation of Article 8 (ECtHR, January 8, 2026).

Crypto & Taxation
August 1, 2026
DAC 8: Do you hold a crypto portfolio? Don’t wait!

Transposition of the DAC 8 Directive: crypto platforms now report your flows to the tax authorities.

European Law & Taxation
March 12, 2026
CJEU strikes down additional centimes charged to non‑residents

Free movement of workers: the Court prohibits additional centimes that increase the tax burden on non‑residents.

January 1, 2026
Capital gains tax

Capital gains: the 10% tax is coming (for real this time)

Innovation & AI
November 15, 2025
Innovation in the Legal Sector

The evolution of mediation and the strategic role of AI for lawyers.

International Taxation
January 15, 2025
Can working abroad create a permanent establishment?

The OECD provides a clarified framework for cross‑border work from a home or “other relevant location”.

Local Taxation
November 13, 2024
No photos, no tax: municipalities reminded of their obligations

(Brussels Court of Appeal judgment of November 13, 2024)

Vennootschapsbelasting
1 oktober 2026

Laattijdige belastingaangifte: uw overgedragen verliezen zijn niet noodzakelijk verloren!

Een laattijdig ingediende aangifte in de vennootschapsbelasting kan bijzonder zware fiscale gevolgen hebben: een belastingverhoging van 10%, maar vooral de onmogelijkheid om overgedragen fiscale verliezen af te trekken.

Een recent vonnis van de Franstalige Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel biedt belastingplichtigen evenwel een gunstig perspectief. In het licht van een wetswijziging en een recent arrest van het Grondwettelijk Hof aanvaardt de rechtbank dat een vennootschap de opheffing van de belastingverhoging kan verkrijgen door haar goede trouw aan te tonen, zelfs in geval van een aanslag van ambtswege, met als gevolg dat de verliezen alsnog kunnen worden verrekend.

Het wettelijk kader: een laattijdige aangifte met soms zware gevolgen

Bij het ontbreken van een aangifte of bij een laattijdige aangifte laat artikel 444 WIB 92 de administratie toe een belastingverhoging toe te passen. Voor een eerste overtreding zonder oogmerk om belasting te ontduiken bedroeg deze verhoging tot voor kort 10%.

De financiële gevolgen kunnen evenwel veel verder reiken dan deze belastingverhoging.

Krachtens artikel 206/3, § 1 WIB 92 (vroeger artikel 207, zevende lid WIB 92) kunnen immers bepaalde fiscale aftrekken, waaronder de aftrek van overgedragen verliezen, niet worden verrekend wanneer een aanslag van ambtswege wordt gevestigd en daadwerkelijk een belastingverhoging van minstens 10% wordt toegepast.

In de praktijk kan een vennootschap met aanzienlijke overgedragen fiscale verliezen aldus belast worden op winsten die zij in principe had kunnen neutraliseren met deze verliezen.

De feiten

In de zaak die aan de rechtbank werd voorgelegd, had een vastgoedvennootschap haar aangifte in de vennootschapsbelasting (voor aanslagjaar 2020) tweeënhalve maand na het verstrijken van de indieningstermijn ingediend, nadat zij een herinnering van de administratie had ontvangen.

De administratie bracht een aanslag van ambtswege uit op basis van de aangegeven bedragen, maar paste daarbij een belastingverhoging van 10% toe en eveneens de beperking van artikel 206/3, § 1 WIB 92. Nadat het bezwaar werd afgewezen, stelde de vennootschap een gerechtelijk beroep in.

Een doorslaggevende wettelijke en grondwettelijke evolutie

Tot 2025 verleende artikel 444 WIB 92 de administratie een beoordelingsmarge om al dan niet af te zien van de belastingverhoging van 10% bij een eerste overtreding. Het ging evenwel slechts om een mogelijkheid die aan haar beoordeling werd overgelaten.

Het Grondwettelijk Hof had bevestigd dat deze regeling, in samenhang met de beperking van fiscale aftrekken voorzien in artikel 207, zevende lid WIB 92, verenigbaar was met de onderzochte grondwettelijke bepalingen, onder meer in zijn arresten nr. 90/2025 van 19 juni 2025 en nr. 41/2026 van 9 april 2026.

De programmawet van 18 juli 2025 heeft artikel 444 WIB 92 echter grondig gewijzigd.

Voortaan moet de administratie afzien van een belastingverhoging wanneer het gaat om een eerste overtreding die te goeder trouw werd begaan. De hervorming voert bovendien een weerlegbaar vermoeden van goede trouw in ten voordele van de belastingplichtige.

Dat vermoeden geldt evenwel niet in geval van een aanslag van ambtswege in de zin van artikel 351 WIB 92.

Aanvankelijk had de wetgever de toepassing van deze nieuwe regeling beperkt tot aanslagen die vanaf 29 juli 2025 werden gevestigd.

Bij arrest nr. 76/2026 van 18 juni 2026 heeft het Grondwettelijk Hof deze temporele beperking echter gedeeltelijk vernietigd, voor zover zij aanslagen uitsloot die nog niet definitief waren en die nog het voorwerp konden uitmaken van een administratief of gerechtelijk beroep.

Het Hof herinnert eraan dat belastingverhogingen sancties van strafrechtelijke aard vormen in de zin van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Zij zijn bijgevolg onderworpen aan het strafrechtelijke beginsel van de terugwerkende kracht van de mildere strafwet, zoals gewaarborgd door artikel 7 van dat Verdrag.

Daaruit volgt dat de gunstigere nieuwe regeling eveneens ten goede moet kunnen komen aan belastingplichtigen die betrokken zijn bij aanslagen van vóór 29 juli 2025, voor zover die aanslagen nog niet definitief zijn en nog aan de beoordeling van een administratieve of rechterlijke instantie kunnen worden voorgelegd.

Het Hof preciseert evenwel dat de belastingplichtige bij een aanslag van ambtswege, overeenkomstig de nieuwe formulering van artikel 444 WIB 92, niet geniet van het wettelijke vermoeden van goede trouw. Hij behoudt wel de mogelijkheid om zijn goede trouw concreet aan te tonen teneinde de opheffing van de belastingverhoging te verkrijgen.

De beslissing van de rechtbank

Voor de rechtbank voerde de vennootschap onder meer aan dat haar bestuurder, die in het buitenland verbleef, wegens de COVID-19-pandemie niet naar België had kunnen terugkeren.

Dit argument overtuigde de rechtbank niet. Volgens haar was niet aangetoond dat de aangifteverplichtingen niet op afstand, elektronisch of via een gevolmachtigde konden worden vervuld.

De rechtbank erkende echter de goede trouw van de vennootschap op basis van verschillende concrete elementen:

  • de aangifte werd ingediend naar aanleiding van de herinnering van de administratie;
  • de aanslag werd gevestigd overeenkomstig de aangifte en de eerdere verliezen werden tijdens de procedure gecontroleerd zonder dat enige onregelmatigheid werd vastgesteld;
  • de administratie had zelf erkend dat er geen bedoeling bestond om belasting te ontduiken door de administratieve boete van 1.250 EUR te verminderen tot 125 EUR.

Gelet op deze omstandigheden oordeelde de rechtbank dat de goede trouw van de vennootschap voldoende was aangetoond.

Zij schafte bijgevolg de belastingverhoging van 10% af en liet daardoor ook de beperking van de aftrek van overgedragen fiscale verliezen buiten toepassing.

Besluit

Deze beslissing bevestigt dat een laattijdige belastingaangifte niet noodzakelijk moet leiden tot het verlies van het voordeel van overgedragen fiscale verliezen.

Het verbod om overgedragen fiscale verliezen te verrekenen met het gedeelte van het resultaat dat het voorwerp uitmaakt van een aanslag van ambtswege blijft weliswaar van toepassing onder de huidige regeling.

Aangezien dit verbod evenwel afhankelijk is van de daadwerkelijke toepassing van een belastingverhoging van minstens 10%, verdwijnt ook de grondslag van dit verbod wanneer die belastingverhoging wegens de goede trouw van de belastingplichtige wordt opgeheven.

De door de rechtbank gevolgde redenering behoudt dan ook haar volle relevantie onder de gelding van artikel 206/3 WIB 92.

Deze rechtspraak is bijzonder interessant voor vennootschappen die zich in de volgende situatie bevinden:

  • er werd een aanslag van ambtswege gevestigd met een belastingverhoging van 10% wegens een eerste overtreding zonder oogmerk om belasting te ontduiken;
  • de toepassing van artikel 207, zevende lid WIB 92 (thans artikel 206/3, § 1 WIB 92) heeft de vennootschap de aftrek van haar verliezen of andere fiscale aftrekken ontnomen;
  • de aanslag is nog niet definitief en maakt nog het voorwerp uit van een bezwaar of gerechtelijk beroep.

Heeft uw vennootschap een belastingverhoging van 10% ondergaan waardoor overgedragen fiscale verliezen werden verworpen?

Een analyse van uw situatie en van de stand van de procedure kan helpen om eventuele betwistingsmogelijkheden in kaart te brengen en, indien nodig, een vermindering van de fiscale last te bekomen.